Verhalen uit de gezinsviering 5 november

Sint Maarten                             © 2017 tekst Jan Lauffer

Weten jullie waarom we Sint Maarten vieren?
Bijna iedereen van groep 3 stak zijn vinger op.
Ja?     Meester wees iemand aan.

“Om snoep te krijgen”? Ja, dat was natuurlijk belangrijk
“Om liedjes te zingen en bij mensen aan te bellen?”
“Om met lampionnen te lopen”?
 “Om bij andere mensen naar binnen te kijken”?

“Ja, dat is allemaal waar. Maar wat heeft Sint Maarten daarmee te maken??” vroeg meester Ben.
“We zingen: Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten”, zei Sem.
“Ja, maar waarom dan Sint Maarten?”
“Hij had toch zijn halve jas gegeven aan een bedelaar”, zei Brian.
Iedereen vond dat maar raar. Een halve jas!

“Nou”, zei meester Ben, ”dat is niet zo raar, want Maarten was een Romeinse soldaat en die hadden hele mooie rooie mantels. Een soort cape”.
“Net als superman!?”, vroeg Berend.
“Ja, zoiets. Maarten was er heel trots op. Toen hij een arme man zag, die bijna was doodgevroren, pakte hij zijn zwaard, verdeelde de mantel, en legde de halve mantel over de man heen”.
“Maar waarom gaf hij dan niet zijn hele mantel?”, vroeg Bernadette.
“Zonder mantel mocht hij de stad niet in, ze zouden hem dan misschien niet herkennen.

En weten jullie waarom jullie straks met lampions lopen?”
Nu bleef het stil.

Meester Ben vertelde verder; “Die avond werd Maarten wakker door een helder licht en hij zag Jezus! Jezus zag er net zo uit als de arme man, die hij gered had. Hij wist dat dit een hele belangrijke boodschap was en hij liet zich dan ook zo snel mogelijk dopen. Nu was hij ook Christen. En omdat hij zo goed leefde, is hij een Sint geworden.
Sint Maarten dus”.
Het licht van jullie lampionnen is als het licht wat hij toen zag.
Jezus is het licht. En zonder licht zie je niets!”

De kinderen vonden het best interessant. Nu wisten ze waarom ze Sint Maarten gingen vieren. En het was nog mooier dan ze dachten!

DE BEDELAAR EN DE MANTEL VAN MARTINUS
© 2010 tekst Marjet de Jong

Toen de bedelaar bij de poort de volgende morgen wakker werd, voelde hij verbaasd aan de prachtige halve rode mantel die hij om had. Hij herinnerde zich een briesend wit paard dat vlak voor zijn neus stil hield, de stem van de ruiter die iets tegen hem zei, zijn zwaard trok en plotseling de helft van zijn grote soldatenmantel afsneed. De bedelaar had de mantel omgedaan en had heerlijk geslapen ondanks de bittere kou. Dit was de mooiste aalmoes die hij ooit had gekregen

“Ik ga de soldaat zoeken,” dacht hij. “Ik wil hem bedanken.”
De bedelaar kwam stram overeind en liep door de poort de stad in. De mensen keken hem nieuwsgierig na en fluisterden: “Is dat niet de bedelaar? Wat ziet hij er knap uit.” Hij vroeg links en rechts waar de soldaat op zijn witte paard was gebleven. “Deze straat uit,” zei de een. “Naar het paleis,” zei de volgende. De bedelaar was nog nooit zo dichtbij het paleis geweest. 

Aan de poort stond een weesmeisje. Ze speelde op een fluit, maar omdat ze zo bibberde van de kou, klonk het liedje nergens naar en lag er nog geen enkel muntje in haar bedelnap. De bedelaar wist hoe dat voelde. Hij pakte zijn mantel en mat de helft af, toen scheurde hij hem in tweeën en sloeg de helft om haar schouders. Het meisje merkte het amper, zo verkleumd was ze.

De bedelaar liep door in zijn halve, halve rode mantel. Op het plein voor het paleis zat een koopvrouw met appels en noten. Ze had een kindje op haar schoot dat erbarmelijk klaagde. “Wat is er aan de hand?” vroeg de bedelaar. “Koopt u toch wat appels meneer,” zei de vrouw, “dan kan ik een dekentje kopen voor mijn kind, het kan niet slapen van de kou.” De bedelaar wist hoe dat voelde. Hij bedacht zich geen moment en scheurde zijn stuk mantel nog een keer in tweeën. Toen het kind het warme dekentje voelde, werd het direct stil. 
De bedelaar kwam langs een jongen die zat te huilen bij de brokstukken van een schaal met eieren. “Wat is er gebeurd?” vroeg de bedelaar. 
“Ik moest deze eieren verkopen om geld te verdienen voor mijn familie,” snikte de jongen, “maar de schaal viel uit mijn handen. Ik heb nog maar een paar eieren over, en niets om ze in te dragen.” De bedelaar pakte de rest van zijn mantel, scheurde er de helft af en liet de jongen zien hoe hij daar de tere eieren in kon dragen.

Met zijn laatste stukje mantel liep de bedelaar verder om de soldaat te zoeken. Ineens zag hij het witte paard voor de paleisdeur staan. Een oude knecht was bezig het paard te poetsen. “Waarom laat u de borstel steeds uit uw handen vallen?” vroeg de bedelaar. “Ach, mijn handen doen pijn van het harde werken,” zei de oude man. “En met deze kou voel ik helemaal niets meer.” 
“Hier,’ zei de bedelaar, en scheurde zijn laatste stukje mantel in tweeën. ‘Wikkel deze warme doek om je hand. En vertel me dan waar de eigenaar van dit paard is!”
“Heer Martinus bedoelt u?” zei de knecht, “Daar komt hij net aan.”  

De bedelaar liep met uitgespreide armen op Martinus af en viel voor hem neer. “Dank u, heer, voor de mantel die u me gegeven hebt!”
“Maar goede man, waar is hij gebleven?” vroeg Martinus.
“Ik … kwam een weeskind tegen …” begon de bedelaar. Maar de oude knecht pakte zijn arm en riep: “Ik heb weer warme handen dankzij uw doek.” En daar kwam de jongen aangerend, die riep: “Al mijn eieren verkocht! Ze lagen zo mooi op het rode kleedje dat iedereen kwam kijken.” Ook de appelvrouw kwam erbij: “Kijk, heer, mijn kind slaapt als een roos onder de rode deken.” Toen hoorden ze in de verte fluitspel. Het weesmeisje kwam eraan, in haar rode omslagdoek, om hem te bedanken met een liedje.

De bedelaar stond met het laatste stukje mantel in zijn hand en dankte Martinus opnieuw: “Dank u, heer, dat ik eindelijk iets had om weg te geven.” 

Martinus zag hoe zijn mantel heel veel mensen blij had gemaakt. De tranen sprongen hem in de ogen. Maar daar wist de bedelaar wel raad mee…

 

Spiegelverhaal gezinsviering 5 maart

Een moeilijke keuze

Spiegelverhaal bij Mattheüs 4, 1-11 (1ste zondag van de veertigdagentijd)

Maud kijkt opzij, Fleur heeft weer dat mooie armbandje om. Maud vindt het zo’n verschrikkelijk mooi armbandje. Met gekleurde kraaltjes in de vorm van vlindertjes en bloemen, ze moet er van zuchten. Fleur kijkt op; “wat zit jij te zuchten?”, vraagt ze. Waar zit je naar te kijken?

Ik vind je armbandje zo mooi, zegt Maud, ik zou ook graag zo’n armbandje hebben. Samen kijken ze naar de gekleurde vlindertjes en bloemen. Maud zucht nog maar eens, zo mooi vindt ze het.

Ik ben volgende week woensdag jarig, zegt Fleur na school. Ik geef niet echt een feestje, maar ik ga met mijn moeder naar de Efteling en ik mag iemand vragen om mee te gaan. Wij jij mee?

Yes, super leuk!, roept Maud.

Ze gaat het thuis meteen aan haar moeder vertellen.
Oei Maud, zegt haar moeder, dan kun je niet. Dan is de verjaardag van opa en je hebt hem beloofd dat je mee komt. Maud schrikt, er springen tranen in haar ogen, wat moet ze nu doen? Ze wil zo graag naar de Efteling, maar ze heeft opa beloofd naar zijn verjaardag te komen en dat wil ze ook echt wel doen. Ze vindt opa heel lief. Mama strijkt over haar hoofd, ik snap dat het moeilijk is meis, zegt ze, maar je kunt nu eenmaal niet alles hebben.

Als Maud de volgende dag aan Fleur vertelt dat ze niet mee kan is Fleur niet blij. Ze wordt zelf een beetje boos. Maar je had gezegd dat je mee ging, moppert ze. Maud legt nog eens uit, dat ze het opa al eerder had beloofd en dat ze het echt heel leuk had gevonden, maar dat het gewoon niet kan.
Fleur blijft een beetje boos, Maar de Efteling is toch veel leuker dan je opa!?, zegt ze. Maud haalt haar schouders op, ik heb het opa beloofd, zegt ze.

En als we dan ook nog frietjes gaan eten, ga je dan wel mee?
Fleur geeft het niet op.

Nee, zegt Maud, dat maakt niet uit, ik heb het beloofd.

Fleur haalt haar schouders op, nou dan niet!, zegt ze. Ze loopt weg, maar ineens draait ze zich om Äls je meegaat mag je mijn armbandje hebben”.

Maud weet niet wat ze zeggen moet, het mooie armbandje met de vlinders en de bloemen, wat zou ze dat verschrikkelijk graag hebben………

Bijna zegt ze dat ze toch mee gaat, maar dan denkt ze aan opa, ze schudt zachtjes haar hoofd.

Nee, zegt ze tegen Fleur, ik heb het mijn opa beloofd.

Tssss, zegt Fleur, wat ben jij een sukkel, ik wil niet eens meer vriendinnen met je zijn!

Die avond huilt Maud in bed dikke tranen, nou is ze ook nog haar vriendin kwijt. Toch heeft ze geen spijt dat ze nee gezegd heeft, maar ze vindt het wel heel erg moeilijk.

Wat Maud niet weet, is dat haar moeder heeft gebeld met de moeder van Fleur.

Samen hebben ze het probleem opgelost; ze gaan gewoon de volgende week naar de Efteling.

Fleur en Maud leggen het weer bij, ze zijn weer vriendinnen.

Maar het armbandje heeft Maud niet gekregen, je kunt niet alles hebben tenslotte.

Bron; Bonnefooi, jaargang 22 nr. 2

Spiegelverhaal 3 juli 2016

Vakantie!

Spiegelverhaal bij Johannes 14,6 (Bianca Dasbach)

Maarten zit achter in de auto en ziet de bomen langs zoeven.

Heerlijk, de vakantie is begonnen, ze zijn onderweg naar Zuid Frankrijk.

Gister kreeg hij zijn rapport van zijn leraar, die hem met een grote glimlach vertelde dat hij naar de tweede klas ging met allemaal voldoendes. Hoe anders was dat een half jaar geleden.

Vorig jaar na de zomervakantie was Maarten vol goede moed begonnen aan de middelbare school.
Maarten deed zijn best, niet alles ging even makkelijk, maar op zijn eerste rapport had hij geen onvoldoendes. Zijn mentor had gezegd dat het een goed rapport was en dat hij vooral zo door moest gaan. Maar helaas hoe hij ook zijn best had gedaan, de cijfers gingen niet omhoog, eerder omlaag.

Het tweede rapport was dus geen leuk gesprek geweest, er moest echt iets gaan gebeuren. Wat er nou de laatste maanden precies gebeurd is weet Maarten nog steeds niet, maar ineens gingen zijn cijfers wel omhoog.
Zijn ouders en mentor hadden gezegd dat ‘het licht’ was aangegaan.

In ieder geval had hij nu een rapport met alleen maar dikke voldoendes.
Tijd voor vakantie dus en daar had hij nu reuze zin in.

Aangekomen op de camping zit de stemming er gelijk goed in. Ze krijgen een mooie plek, het is heerlijk weer en het zwembad is super groot. De douches en toiletten zijn ruim en blinkend schoon. Er is een grote kampwinkel waar van alles te koop is.
Er is zelfs gratis Wifi!
Dit wordt een geweldige vakantie. Maarten zoekt zijn zwembroek en gaat aan de rand van het bad zitten.

In het zwembad liggen een aantal jongeren en hij zwemt een beetje hun kant op. Wat dichterbij gekomen hoort hij hun gesprek. Ze hebben het over de badpakken en zwembroeken van de mensen en kinderen rond het zwembad. Het is alleen maar negatief. Hij zwemt verder naar een ander clubje. Ook daar hoort hij alleen maar geroddel over lelijke caravans en tenten  ‘daar ga je toch niet mee op vakantie!’.
Nee, hun caravans zijn tenminste mooie en luxe.
Teleurgesteld verlaat Maarten het zwembad en loopt terug naar de tent. Zijn moeder vraagt wat er is, Maarten zegt dat het hier stom is.
Ze snapt wel een beetje wat Maarten bedoeld.

De buren hebben nog helemaal niets gezegd, terwijl ze voor hun grote caravan zitten. Op andere campings was er meestal al bij de eerste tentstok een helpende hand of grappige opmerking. Nu helemaal niets, alleen maar rare blikken.

Na een paar dagen besluiten de ouders van Maarten dat ze verder reizen. Hier voelen ze zich niet welkom. Maarten is opgelucht, hij heeft nog steeds geen contact met de andere jongeren. Aan de andere kant is dit wel een super mooie camping.

Ze rijden de hele dag door en komen uiteindelijk bij een camping waar nog plek is.
Een natuurcamping! Hier zit Maarten niet op te wachten!!!
De camping is super klein, er is maar 1 douche en 1 toilet voor iedereen! De paden zijn modderig, er is niet eens een zwembad! Wel een meertje, maar dat ziet er niet echt lekker uit. En er is al helemaal geen wifi!!

Teleurgesteld helpt Maarten mee met het opzetten van de tent.

Al gauw staan er een paar kinderen naast hem en stellen allemaal vragen. “Waar kom je vandaan? Spreek je Nederlands? Ga je mee zwemmen?” Maarten zegt dat hij eerst even moet helpen en dan wel zal kijken of hij nog wil zwemmen.

Als de tent staat heeft hij er eigenlijk al geen zin meer in. Wat een stomme camping. Zijn moeder geeft hem een por en zegt dat hij even naar de kinderen moet lopen om te kijken wat ze aan het doen zijn. Boos staat Maarten op en loopt in hun richting.
‘Stomme camping’, moppert hij nog.

Bij het meertje hoort hij een hoop gelach. De kinderen begroeten hem enthousiast en vragen waar zijn zwembroek is of dat hij altijd met al zijn kleren aan zwemt! Maarten moet een beetje lachen. Oké, hij gaat zijn zwembroek aantrekken.

’s Avonds is er een kampvuur en zitten alle mensen van de camping met elkaar aan tafels te eten. Alle natte spullen en zwembroeken hangen aan lijnen te drogen en niemand vindt dat raar.

Iedere dag doen ze allemaal spelletjes, bouwen hutten, houden modder gevechten en nog veel meer. De kinderen vinden Maarten stoer, want hij is de grootste, de sterkste en hij weet alles.

Maarten en zijn ouders blijven twee weken op de camping staan, dan wordt het tijd om weer naar huis te gaan. Ze nemen afscheid van alle vrienden die ze gemaakt hebben.

Dit was een vakantie om nooit te vergeten en een goede start om na de vakantie weer verder te gaan.

Spiegelverhaal gezinsviering 3 april

En toch is hij er. . .

Spiegel verhaal bij Johannes 20, 19-31           (bron; theologisch tijdschrift Bonnefooi)

 

Anouk logeert elke zomer bij opa en oma.

Ze hebben een prachtige tuin waar je heel fijn kunt spelen en waar prachtige bomen en struiken staan. Opa is er altijd druk mee en Anouk vindt het leuk om te helpen.

Anouk vindt de vlinderstruik een van de mooiste struiken, er zitten altijd vlinders op. De blauwpaarse bloempluimen waaien in de wind heen en weer terwijl vlinders in allerlei kleuren er omheen zwermen.

Opa noemt de namen: Citroenvlinder, Kleine vos, Koolwitje, Atalanta.

Anouk vindt de Atalanta en de Kleine vos het mooist.

De Atalanta is zwart met oranje-rode banen en witte vlekken op de vleugels.

De Kleine vos lijkt er wel een beetje op, maar die is bruinrood met kleine blauwe vlekjes aan de randen van de vleugels.

Opa vertelt veel over al de bloemen en de bomen en struiken in zijn tuin. En Anouk leert zo ook heel veel.

Ze heeft op school al eens een spreekbeurt over vlinders gehouden.

In het voorjaar snoeit opa de vlinderstruik heel kort en toch is hij zomers vaak nog groter dan dat hij het jaar ervoor was.

 

Op een dag als Opa in de tuin bezig is valt hij zomaar op de grond, hij staat niet meer op…… Oma ziet het gebeuren en belt vlug de dokter. De dokter komt meteen, hij heeft een naar bericht, opa’s hart is opgehouden met kloppen.

Dat was een heel verdrietige dag voor oma en voor alle mensen die veel van opa houden.

 

Anouk moet veel aan opa denken en de eerste keer dat zij weer bij oma logeert mist zij opa heel erg. Ze moet ervan huilen. Stilletjes loopt ze door de tuin.

Gelukkig heeft oma hulp van een aardige buurjongen, die net zo veel van tuinieren houdt als opa.

De tuin ziet er bijna net zo mooi uit als toen opa er nog was.

 

Als Anouk bij de vlinderstruik komt gaat ze op de grond zitten en ze kijkt naar het spel van de vlinders en dan gebeurt het . . . .

Het is net of ze opa weer bezig ziet en hoort zeggen: ‘Kijk Anouk, daar heb je de Atalanta en daar de Kleine vos en zie je die mooie gele citroenvlinder ?‘

Anouk wordt er minder verdrietig van.

Opa is er niet meer en toch is hij er wel, zo voelt dat.

Zou oma opa ook om zich heen voelen, vast wel, ze zal het haar vragen.

 

Eén ding is zeker, als ik een vlinder zie, denk ik aan opa!

Spiegelverhaal 5 oktober

De uitgeleende telefoon

Spiegelverhaal bij Mattheus 21 33-46

Er was eens een meisje, ze heette Caroline, en ze had wel twee iPhones!

Ze had al een iPhone en toen had ze er ook nog één gewonnen.

Natuurlijk was ze blij, maar ze was nog blijer toen ze hem aan haar beste vriendin Sandy had gegeven. Of eigenlijk geleend.

 

Sandy had nog geen smartphone en ze wilde er zo graag ook één!

Ze was de enige in groep 8, die nog geen smartphone had.

 

Natuurlijk moest Sandy beloven voorzichtig te zijn en ook dat ze de iPhone weer terug zou geven als ze er zelf één zou krijgen. En ze moest natuurlijk wel zelf de telefoonrekening betalen.

 

Zelf gebruikte Caroline haar iPhone niet zoveel, omdat ze het zonde vond van haar tijd. Maar Sandy begon meteen te Whats-appen, foto’s te maken en van alles uit te proberen.

 

Omdat de iPhone eigenlijk van Caroline was stond de e-mail en Whats-app ook op haar naam. Sandy zag dat en dacht: dat is leuk! Hier kan ik wel eens een leuke grap mee uithalen.

 

Ze stuurde een “hartje” naar Joris.

Hij dacht natuurlijk dat Caroline die gestuurd had!

Alle meiden zaten te giechelen, dit zou Caroline niet leuk vinden, Joris was niet bepaald de leukste of knapste van de klas.

Hij dacht inderdaad dat het hartje van Caroline was en stuurde haar een “hartje” terug.

 

Sandy was de hele dag aan het Whats-appen met iedereen en gebruikte gewoon steeds de naam van Caroline.

Ook stuurde ze rare mails terug aan mensen die dachten dat ze naar Caroline hadden geschreven.

 

Toen Caroline het eindelijk doorhad, wilde ze de iPhone terug.

Ze vond het echt niet grappig!

Maar Sandy zei dat ze de iPhone niet meer had……..verloren.

Caroline vertelde het hele verhaal aan haar moeder, zij vond het heel vervelend, omdat Sandy altijd al de beste vriendin van Caroline was. Samen gingen ze naar de moeder van Sandy, maar ook de moeder van Sandy wist niet waar de iPhone was.

 

Wel kregen Caroline en haar moeder de telefoonrekening:

Sandy had in 1 maand wel 60 euro aan kosten gemaakt. De maand daarna kregen ze weer een rekening deze keer was het zelfs 80 euro!

Waar was die iPhone?

 

Uiteindelijk vond Juf Tamara de iPhone, verborgen achter een rijtje boeken in de klas. Al snel was duidelijk dat Sandy stiekem de iPhone had gebruikt.

 

Ze hadden alles in de klas besproken.

Sandy had de iPhone teruggegeven en huilend gezegd dat ze het nooit meer zou doen.

Iedereen wist nu dat Caroline niet die rare berichtjes had geschreven, maar dat Sandy dat allemaal had gedaan.

Juf Tamara had ook nog gezegd dat het wel even goed zou zijn dat Sandy geen telefoon meer had.

“Dan kun je weer gewoon met Caroline afspreken.’’

“Dat is toch veel leuker?”

Spiegelverhaal 7 september

Samen Sterk
Spiegelverhaal bij Mattheus 18 15-20

“Weet je wat ik vervelend vind bij de avondvierdaagse”, vroeg Lisa aan Myrthe.
Nee…
Nou, moet je eens kijken wat een rommel het is. De hele tijd lopen we over plastic snoepzakken en papiertjes.
Maar het is toch leuk dat we snoep krijgen?
Ja, maar je hoeft die rommel toch niet op straat te gooien?
Myrthe haalde haar schouders op en zei : “er zijn gewoon te veel kinderen die rommel maken en de ouders doen er ook niet veel aan.”
Maar ik vind het vervelend al die rommel !
We kunnen ze toch niet gewoon vragen om geen rommel te maken?
Misschien hebben de anderen nog een idee. Lisa en Myrthe vroegen aan de andere meisjes wat ze ervan vonden.
De meesten wisten niets en haalden de schouders maar op.
De gemeente gaat het straks wel opruimen.
Daar worden ze voor betaald.
Meester Gerard hoorden waarover de meiden spraken. “Jullie hebben gelijk, laten we er morgen in de klas verder over praten”.
De volgende morgen vroeg meester Gerard aan de klas:
Vinden jullie het ook zo vervelend dat er zoveel rommel is bij de avondvierdaagse?
Ja, dat vond iedereen wel.
We kunnen het zelf niet opruimen, want dan kunnen we niet doorlopen en houden we iedereen op.
Maar als we achteraan lopen, dan houden we niemand op, zei meester Gerard.
We zijn maar met 8 kinderen die meelopen,
er is veel te veel rommel!
Ik ga het aan de directeur vragen zei meester Gerard. Ik hoop dat hij mee wil doen en ons kan helpen.

En dit gebeurde er:
De schooldirecteur stuurde een digiduif naar alle kinderen en ouders van de hele school.
Hij regelde met de organisatie van de avondvierdaagse dat de school als laatste mocht lopen en hij zorgde voor opruim-spullen.
De derde en vierde dag van de avondvierdaagse heeft de hele school rommel opgeruimd. Iedereen vond het ook leuk om samen te werken. Het was nog nooit zo schoon op straat geweest!
De laatste avond eindigde de vierdaagse bij het gemeentehuis.
De hele week was het slecht weer geweest, maar nu brak de zon door.
De burgermeester stond voor het gemeentehuis. Hij had een grote zilveren beker vast, die glom in de zon.
De grote beker was voor de school, als dank voor het opruimen, alle kinderen juichten.
Wat Lisa alleen niet lukte en een klein groepje ook niet, lukte de hele school wel.
Samen staan ze sterk!

Spiegelverhaal 2 maart

Je zorgen maken om niets
Spiegelverhaal bij Matteus 6, 24-34

Petra voelde zich niet lekker. Ze dacht steeds weer aan de CITO toets.
Wat zou de score worden?
Zou het wel voldoende zijn om met haar vriendinnen mee te kunnen?
Ze was helemaal zenuwachtig.
Ook had ze steeds een beetje buikpijn.

Haar moeder was ook zenuwachtig, maar ze liet het niet merken.
Ze hoopte ook dat Petra een hoge score zou hebben, omdat ze slechte verhalen had gehoord over de andere school.

In de avond sliep Petra slecht.
Ze dacht aan allemaal dingen, zoals :
Zou ze later wel genoeg geld verdienen?
Zou ze wel kunnen shoppen?
Zou ze niet naar de Voedselbank hoeven
en nog veel meer van dat soort dingen.

Op de dag voor de CITO, kwam moeder meester Christiaan tegen bij de Albert Heijn. Hij wist dat Petra erg nerveus was. Hij had gemerkt dat ze de laatste tijd erg stil was geweest en dat ze haar nagels bijna helemaal had opgegeten.
Moeder vertelde dat het niet goed ging met Petra en dat ze zelf ook erg nerveus was. Het was ook allemaal zo belangrijk voor later!
Meester Christiaan zei dat hij wel even met Petra wilde praten. En ging met moeder mee naar huis.

Petra vond het wel raar toen ze opeens meester Christiaan op de bank zag zitten.
Het liefst was ze naar haar kamer gegaan, maar ze ging toch maar zitten…

Meester Christiaan vertelde: “weet je dat ik ook heel bang was voor de CITO?”
“Toch heb ik hem best wel goed gemaakt en weet je waarom?”
Petra haalde haar schouders op.
Natuurlijk wist ze dat niet!
“Toen ik begon met de toets wist ik opeens niets meer. Zo zenuwachtig was ik”.
“Net als jij zat ik steeds op mijn nagels te bijten”
“Maar ik dacht aan het verhaal wat mijn meester vertelde, ook de dag voor de CITO toets. Toevallig he! Ik hoop dat het jou ook zo zal helpen”

Nu was Petra wel benieuwd! Wat was dat voor een verhaal?
Ze ging op het puntje van haar stoel zitten.
Ook moeder wilde graag weten wat de meester van meester Christiaan had verteld.
“Het is een oud verhaal “, zei meester Christiaan, “het staat in de bijbel.”
“Het gaat over Jezus, die verteld hoe we een voorbeeld kunnen nemen aan vogels en planten. Zij hebben nooit zorgen.
Hij vertelt dat het niet nodig is om je zorgen te maken, als je vertrouwt op God.”

Petra vond dit niet echt een goede raad en ze vroeg:
“Dus als ik op God vertrouw, dan maak ik een goede CITO?”
“Het helpt wel, want je hoeft je dan niet onzeker te voelen. Daardoor ga je die toets beter maken.
Heb je een bijbel?”
Moeder bracht de bijbel en meester Christiaan zocht het verhaal op en las het voor. Petra luisterde goed.

Misschien was de CITO toch niet zo verschrikkelijk. Petra snapte wat meester Christiaan wilde vertellen.
Voor het eerst sinds weken voelde Petra zich weer goed. Het vervelende gevoel in haar buik was weg.
Waarom zou ze zich voor niets zorgen maken?
Laat die CITO toets maar komen!

Adventkalender uit de gezinsviering

Na de gezinsviering van 1 december zijn er adventskalenders uitgedeeld. Een heel mooi en leuk idee. Vanaf nu elke dag een zakje opmaken!

Adventkalender

Foto’s Pasen 2013

Tijdens de viering in de Thomas heeft Bert de Bruin foto’s gemaakt.

 

Spiegelverhaal bij Lucas 13 3 maart 2012

Geef het nog een kans

Spiegelverhaal bij Lucas 13, 1-9

Ada zat al 6 jaar op zwemmen.
Toen ze 4 was, had ze al haar A-diploma. Niemand van haar klas kon zo goed zwemmen als zij.
Maar nu ging ze wedstrijd-zwemmen. Haar grote neef Pieter, deed dat ook en had al verteld dat als ze niet heel hard zou trainen, het niets zou worden. De meesten waren al snel met zwemmen gestopt. Ze was dus gewaarschuwd.
Toen Ada de eerste keer op training kwam waren er alleen grotere kinderen.
Haar neef Pieter, die al 16 jaar was, zwom zo snel en makkelijk. Het leek wel of hij er helemaal niet moe van werd.
Maar bij Ada was dat anders. Héél anders…
Na 10 minuten borstcrawl moest ze stoppen. Ze werd misselijk, duizelig en haar armen en benen waren doodmoe.
“Dit kan ik nooit”, dacht Ada. Ze had het gevoel dat iedereen naar haar keek, toen ze bij het trapje bleef hangen.
De trainer had haar wel gezien, maar zei niets.
Toen Pieter langskwam zei hij: “Iedereen heeft dit probleem in het begin, het komt echt wel goed”. Hij zag dat Ada bijna ging huilen en zei: “Stop nu maar, je moet het nog wel een kans geven”.
Ada kon echt niet meer en ze sloop een beetje stiekem naar de kleedkamer.
Toen ze thuis kwam zei haar moeder: “was het leuk?”, maar ze kon aan Ada wel zien dat het niet leuk was geweest. Ada ging snel naar haar kamer…
Zelf had moeder ook aan wedstrijdzwemmen gedaan.

De volgende training wilde Ada niet meer. Ze had buikpijn.
“Kon je maar 10 minuten borstcrawl?”, vroeg moeder.
Ada knikte.
“En nu wil je niet meer”
Ada haalde haar schouders op.
“Je moet het nog een kans geven Ada”, zei moeder.
“Ik ga met je mee, kom!”
Moeder kende de hoofdtrainer. Een wat oudere man, die vroeger zelfs internationaal had gezwommen.
Moeder sprak met hem en Ada zag de hoofdtrainer naar haar glimlachen.
De hoofdtrainer gaf haar een hand en zei: “zwemmen is de mooiste sport die er is, dat vind jij toch ook?”
Ada knikte twijfelend.
“Je zit nog volop in de groei, je moet niet kijken naar al die oudere kinderen. Over een jaar ben je ook al veel sterker. Wat we nu gaan doen is zorgen dat je je kracht goed gebruikt. Geef je het nog een kans?” en hij stak weer zijn hand naar haar uit.
Ada knikte en schudde zijn hand.
“Mooie naam: Ada”, zie de hoofdtrainer.
Een uur lang heeft hij met Ada getraind. Heel veel dingen moesten verbeterd worden. Ada voelde dat het hielp! Ze werd beter. Het was weer leuk!
De hoofdtrainer zag dat het goed was.
Na het uur, zei hij tegen Ada en haar moeder: “Je hebt talent meid, misschien wel evenveel als die andere Ada. Ga je door?”
“Ja”, zei Ada en ze lachte.
Misschien kennen jullie Ada wel, ze zwemt nog steeds en heel goed. Ze is nu zelf trainer geworden en zal dit verhaal nooit meer vergeten.
Als ze kinderen doodmoe ziet hangen bij het trapje weet ze hoe het is. Ze neemt ze dan mee naar de kleedkamer en verteld ze dit verhaal. Geef het nog een kans!