Mededelingen 9 sept

Dit jaar herdenken we – 50 jaar na zijn dood in 1968 – de kolossale strijd van Martin Luther King Jr. en de beweging voor gelijke rechten van zwarte Amerikanen. Maar ook denk ik aan de generaties voor ons, die massaal demonstreerden tegen de oorlog in Vietnam en tegen de waanzin van de kernwapen- wedloop. Allemaal mannen en vrouwen die de vredesbeweging gestalte gaven door innerlijke strijd, geloof en verzet aan elkaar te verbinden. Zij dragen ons.

Op onze beurt moeten wij en de generaties na ons opnieuw richting geven aan de vredesbeweging. Hoe gaan we verder? Wat dragen wij bij? Ook hier zie ik van alles gebeuren. Eind 2017 ontving Setsuko Thurlow, overlevende van Hiroshima samen met Beatrice Fihn de Nobelprijs voor de Vrede. Samen met jonge collega’s van PAX en anderen werken zij aan de afschaffing van kernwapens. Veel partners van PAX delen een tomeloze inzet voor waarheid, vrijheid en recht. Jong en oud in Irak en Syrië, in Colombia, Zuid-Soedan, in Bosnië, ieder op zijn manier. Allemaal willen ze leven in een samenleving waar er zorg is voor elkaar. Ze voelen verantwoordelijkheid voor de generaties die na hen komen.

Theoloog Erik Borgman zag een schilderij dat hem enorm trof. Hij beschrijft wat deze eigentijdse Onze Lieve Vrouw van de Middellandse Zee met hem doet.
Op het schilderij staat een zwarte vrouw met haar kind, gewikkeld in isolerend folie om hen warm te houden zoals dat met drenkelingen gebeurt. Zij staan voor de zee met daarboven een wolkenlucht. Een vluchteling met haar kind, zeker, maar ondanks het hyperrealisme – of beter: dankzij – heeft het schilderij de uitwerking van een icoon. Je wordt aangekeken, zowel door het kind als door de vrouw. Indringend, maar neutraal. Geen angst, maar ook geen opluchting of dankbaarheid. Geen appèl ook in de oppervlakkige zin. Zij zijn er gewoon en veranderen de wereld en het wordt aan de kijker overgelaten hoe deze daarop wil reageren. Hoe reageer ik op het gegeven dat zij zijn?
Als je goed oplet zie je dat de vrouw net langs jou als toeschouwer heen kijkt. Niet heel bot, maar toch wel: ze plaatst je in een wijder blikveld. Zij ziet je wel, maar je bent voor haar niet het centrum van de aandacht.

Je bent een vertegenwoordiger van de wereld die nu ook haar wereld is. Zij kijkt de toekomst in naar wat zich achter jouw rug aandient. Voeg jij je in de toekomst die haar verwacht, die haar ruimte biedt? Als zij de Madonna is en daarmee het beeld van de kerk, dan is de vraag niet of jij haar redt, maar of jij met haar bent om zo, net als zij, gered te worden. Jij hoeft de Messias niet te zijn – wij hoeven de Messias niet te zijn – want zij draagt de Messias.

Kun je hopen?

Kunnen wij haar en hem verwelkomen? Ook als ze ons niet direct hoop geven, maar wij ons voelen opgenomen in de hopeloosheid van hun situatie? Een situatie waarin ze mensen achter hebben moeten laten of onderweg zijn kwijtgeraakt. Kun je geloven dat alleen uit deze hopeloosheid de ware hoop geboren kan worden? Of kun je dat niet en heb je hen daarmee al opgegeven? Als er al hoop is, dan zeker niet voor hen? En als dat het alternatief is, kunnen wij dan wel voor de hoop kiezen?

Toekomst

Het kind op de arm van de Madonna kijkt strak naar jou, als toeschouwer. Niet met de smekende blik die wij kennen van de hedendaagse goede doelen-porno, maar met de blik waar jonge kinderen het patent op lijken te hebben: pure afwachtende, receptieve waarneming. De afwachting lijkt niet helemaal zonder spanning: de grote teen van het ene zichtbare blote voetje van het kind staat iets naar boven gestrekt. Hij belichaamt de toekomst die zijn moeder over jouw schouder, voor jou nog onzichtbaar, ziet opdoemen.
Onze taak is niet dit kind te redden, onze taak is onszelf te redden – door ons door dit kind tot gemeenschap ermee te laten aanspreken. Wij worden gered voor zover wij geloven dat wij door dit kind worden gered. Daarom zijn wij ontroostbaar om elk ongered kind, volwassene en bejaarde. Deze ontroostbaarheid is niet een gestalte van wanhoop, maar van de hoop die mateloos vervuld wordt in elk die wel wordt gered. We weten sinds Jezus’ gelijkenis van de negenennegentig schapen en het ene schaap dat God niet kan tellen.
Het wordt tijd dat ook wij het tellen afleren. Een reproductie van het schilderij hangt nu in onze woonkamer en we gaan het experiment aan of wij in de blik van de Madonna en haar Kind kunnen wonen.

◆Erik Borgman Theoloog aan de Universiteit van Tilburg

Geen commentaar meer mogelijk.