Vreemdelingen

Verhaal over vreemdelingen

‘Hehe’, zegt Koos, ‘ik ben helemaal stijf van het bukken.’ Hij heeft moeder in de tuin geholpen, ze hebben bonen geplukt. ‘En ik heb ook honger.’
‘Ja, ik ook’, zegt zijn zusje Hanna.
‘Ja,’ lacht moeder, ‘als je hard werkt, krijg je honger.’
‘Maar jij hebt helemaal niet gewerkt!’ roept Koos tegen Hanna.
‘Wel waar!’ protesteert die, ‘Ik heb onkruid getrokken!’
‘Ja, hoor,’ zegt moeder, ‘jij hebt ook goed geholpen. Nu gaan we naar binnen om te eten. Opa heeft al gekookt en papa is ook al thuis.’ Ze gaan naar binnen en opa zet net soepkommen op tafel. Lekker: ze eten dikke-bonen-soep met schapenvlees. ‘Jaja,’ zegt oma, ‘wij hebben het beter dan onze voorouders toen ze in Egypte woonden.’
‘Je bedoelt, toen de Joden in Egypte woonden, oma?’
‘Ja, wij zijn toch Joden? De Joden zijn een echt trekkersvolk. Ze hebben niet altijd in Juda gewoond, ze zijn uit Egypte gekomen. En daarvoor kwamen ze weer uit andere plaatsen: ze waren nomaden. Maar ze hebben heel lang in Egypte gewoond, dat was een vruchtbaar land: het land van melk en honing, noemden ze het. De Joden voelden zich prettig in Egypte. Ze hadden kuddes, ze bebouwden het land en kregen veel kinderen. De Egyptenaren vonden dat niet zo leuk: straks zijn er nog meer Joden dan Egyptenaren, zeiden ze en ze probeerden de Joden een beetje te pesten: ze keken op de neer, ze drongen voor in de winkels, ze begonnen regels te maken waar alleen Joden zich aan moesten houden. Het werd minder prettig om in Egypte te wonen. Maar het werd nog erger: er kwam een nieuwe koning. En die bedacht: ‘Nomaden zijn profiteurs! En als het hier dan straks ook arm wordt omdat er een keer een slecht jaar is, trekken zij verder en zitten wij met de gebakken peren. Nou ja, de mensen die er eenmaal zijn, die mogen wel blijven. Maar er mogen geen nieuwe meer komen. En de mensen die er zijn, die moeten ons helpen, die moeten voor ons werken. Ze mogen blij zijn dat ze hier mogen wonen!’ En daardoor moesten de Joden bijvoorbeeld stenen bakken en steden bouwen voor de koning van Egypte. De Egyptische bazen waren streng. Zo waren de Joden slaven geworden. En er kwamen geen nieuwe vreemdelingen meer in Egypte wonen. Maar toch groeide het volk, want er werden nog steeds veel kinderen geboren.’

Dat vertelde opa en oma, over vroeger, over hun voorouders de joden.

Ook bij ons . . .

Ook bij ons zijn er vreemdelingen. Praat er eens over, hoe ze hier worden ontvangen, en hoe wij met elkaar omgaan?

– Zijn wij ook wel eens vreemdelingen in een ander land? Hoe gaan de mensen die daar wonen dan met ons om? Vinden we dat prettig of juist niet?

bron: geïnspireerd op een verhaal uit: Heb je wel gehoord… door Mies en Bette Westera 1991