Spiegelverhaal bij Lucas 10:1-12 4 juli 2010

Gods Geuzen

Spiegelverhaal bij Lucas 10:1-12

Honderd jaar geleden was lepra een veel voorkomende ziekte, vooral in arme warme landen. Het was een besmettelijke ziekte , die je lichaam aantaste met zweren. Daardoor werden er heel veel mensen invalide. Ze werden verstoten uit hun dorpen, men was heel bang om zelf ook besmet te raken en ziek te worden! Heel veel mensen zijn toen ook aan deze ziekte dood gegaan.

Nederland was toen nog de baas in een warm land ver weg, Papua Nieuw Guinea. Dat land ligt helemaal aan de andere kant van de wereld. Bij Indonesië en Australië. Heel veel mensen hadden in dit land lepra. Omdat het land één heel groot bos was, een jungle, was het heel moeilijk om bij deze zieken te komen, Je kon er alleen komen via de rivieren.

De kerk van Nederland heeft toen 72 missionarissen gestuurd om de ziekte te genezen en om de mensen te vertellen over Jezus. De bisschop was zelf ook in Papua Nieuw Guinea geweest toen hij jong was. Er was daar toen bijna niemand die over Jezus gehoord had. Maar het land was groot en er waren veel mannen nodig om al het werk te kunnen doen.

Bij het afscheid in Nederland van de missionarissen zei de bisschop: “Net als Jezus, stuur ik jullie op weg om het goede werk te doen. In groepjes van 2 zullen jullie de zieken van hun lepra genezen en de blijde boodschap van Jezus vertellen. “
“Denk er aan dat er veel gevaren zullen zijn. Laat je niet afleiden van je goede werk. Ik heb dit werk ook gedaan en het was het beste wat ik ooit heb gedaan. Denk eraan dat het zwaar zal zijn: jullie zijn als lammeren onder de wolven. Niemand wil jullie helpen als je daar in de jungle bent, iedereen zal afstand van jullie en deze zieke mensen houden. “

“Breng vrede. Zelfs de eenvoudige bosjesmensen zullen dit herkennen. Komen jullie in een dorpje, neem dan de tijd. Eet wat ze je geven. Wees vriendelijk! Breng vrede.
Als ze niet aardig zijn, doe daar niet moeilijk over. Ga gewoon verder.
Jullie weten hoe je de zieken kunt verzorgen en genezen. Dit zal jullie zeker helpen als jullie over het geloof willen vertellen.”

“|Ik dank jullie, dat jullie dit willen doen. Ik dank jullie familie, dat ze jullie laten gaan. Ik hoop jullie over 3 jaar weer terug te zien.”

De jonge mannen zijn gegaan. Ze hebben de mensen geholpen. Zieken genezen en verteld over de belofte van God ; vrede voor alle mensen.
Het was zoals de bisschop had verteld: het béste wat ze ooit hadden gedaan.





Navertelling Lezing Lucas 4 juli 2010

Spiegelverhaal 6-7-2010
(Lucas 10, 1-20)

Jezus voelt zich teleurgesteld. De leerlingen horen het aan zijn stem als hij zegt: “Had ik maar meer tijd. Er zijn veel mensen die van mij gehoord hebben. Er zijn veel zieken die genezen willen worden. Er zijn ook veel kinderen die naar mijn verhalen over God willen luisteren, maar ik kan niet overal tegelijk zijn. Ik heb helpers nodig, en veel ook. Zeventig, nee tweeënzeventig , zijn er nodig. Ik kan iedereen wel gebruiken.”
Job en Micha horen dat en zeggen: “Wij willen wel op pad om over U te vertellen. Wij willen wel naar allerlei plaatsen gaan en daar bij mensen op bezoek gaan.”Dat is fijn” zegt Jezus, “maar het is niet alleen maar avontuurlijk hoor. Niet iedereen zal blij zijn dat jullie komen. Niet iedereen zal nieuwsgierig naar jullie zijn. Er zullen ook mensen zijn die niets van jullie moeten hebben. Blijf daar niet te lang. Dan moeten ze het zelf maar weten. Maar als mensen wel hun deur voor jullie openzetten, groet ze dan en zeg: ik hoop dat het goed met u gaat. Blijf bij hen eten en vertel over wat jullie met mij beleefd hebben. En help de mensen die ziek zijn.”Job en Micha kijken elkaar aan. “Kunnen wij dat?” vraagt Micha. “Ja, dat kunnen jullie”, zegt Jezus. “Jullie zijn geweldige mensen, jullie kunnen anderen blij maken. De mensen zullen zeggen het is een wonder dat jullie gekomen zijn. Bovendien zal ik aan jullie denken en voor jullie bidden. En jullie hoeven niet alleen. Nee, ga met zijn tweeën dan kun je elkaar helpen. Twee weten meer dan één. “
Job wil al gelijk zijn tas inpakken. “Nee, nee, wacht even”, zegt Jezus, ik ben nog niet klaar met vertellen wat je moet doen, je moet juist niets meenemen. Geen geld, geen rugzak en geen eten voor onderweg. Als je dieven tegenkomt, kunnen ze dan niets stelen.
Bovendien moet je dan wel aan mensen vragen of ze wat te eten voor je hebben en of je er mag blijven slapen. Ze zullen jullie helpen en jullie kunnen hen weer helpen. En dan kun je tegelijkertijd vertellen dat je op reis bent om verhalen te vertellen, die je van mij gehoord hebt.”
“Nou dan gaan we maar”, zeggen Job en Micha. Jezus geeft hun een hand en zegt: Het ga jullie goed en zwaait hen uit.

Na verloop van tijd komen Job en Micha en de andere zeventig terug bij Jezus. Ze zijn blij elkaar te zien en praten honderduit. “Het ging heel goed”, zeggen Job en Micha. “Het was geweldig. De mensen waren blij dat we kwamen. We konden hen helpen met van alles. En als je dan zag hoe fijn ze het vonden dat we gekomen waren, het is gewoon een wonder. We wisten niet, dat we dat konden.
Ook Jezus was blij dat het goed afgelopen is.


Gesprek van de broodjes 6 juni 2010

Puntbroodje
Ik ben een puntbroodje. Ik lig op tafel als de mensen feestvieren. Ik ben een echt zondagskind. Als de mensen mij zien, dan zijn ze blij. Nee, door de week zien ze me niet. Dan heb ik vrijaf. Dan is er geen feest. Ik ben een feestbroodje. En dat vind ik prima.

Volkorenbrood
Ik zorg voor het dagelijks brood op tafel. Als ik er niet zou zijn, zouden de mensen alle dagen honger hebben. Ze zouden niet kunnen werken. Als de kinderen mij niet zouden eten, dan zouden ze niet sterk worden en niet kunnen spelen. Ja, mij heeft iedereen heel hard nodig. En dat vind ik prima.

Krentenbol
Kijk toch eens hoe mooi ik ben. Ik heb een glanzende huid. En ik heb méér dan jullie allemaal. Ik ben brood én krenten tegelijk. Mij vinden de mensen het lekkerst. Dat vind ik prima.

Stokbrood
Maar een brood als ik, is heel bijzonder. Ik ben lang en slank. Jullie zijn dik en rond. Nee, ik ben geen echt Nederlands brood. Ik kom uit een vreemd land. De Nederlandse mensen eten mij op vakantie. Ze kopen mij alshet echt feest is. En dat vind ik prima.

Wittebrood
Soms zeggen de mensen dat er in mij helemaal niets zit. Ze zeggen dat ze van mij weer snel honger krijgen. Maar toch heb ik heel veel vrienden. Ze laten me niet op de plank liggen. En dat vind ik prima.

Puntbroodje
Ik vind dat jullie maar een beetje zitten te kletsen. Moet je horen: ik ben het lekkerst, en van mij worden ze sterk. Belachelijk gewoon. Jij krentenbol, je bent zo lelijk als de nacht met al je krentenbobbels. En jij volkorenbrood, jij ziet er maar vies uit met je vieze pitjeshuid. En jij stokbrood, lange pier. Je past niet eens in een normale broodtrommel. Blijf jij maar lekker in het buitenland. Je hoort hier niet thuis. 's Zondags maak ik de dienst uit op tafel.

Verteller
Alle broden werden erg boos over die verwaande kletspraat van het puntbroodje. Maar er was nog iemand die iets wilde zeggen.

Matze
Ik ben het brood van het joodse volk. Ik ben niet mooi. Kijk maar: ik ben plat, droog en dun. De joden hebben mij gemaakt voor onderweg. Toen ze moesten vluchten uit Egypte. Er zit in mij geen gist. Ik heb niet zulke gistbuikjes als jullie. Daardoor bederf ik niet. Ik ben dun, dus kunnen mensen van mij heel veel stukjes meenemen. Ik ben er altijd. Als de mensen mij nodig hebben, dan ben ik er .Kijk maar eens in jullie kerk. Daar ben ik ook. Het is toch niet belangrijk of je mooi lang of lekker bent? Je moet er gewoon zijn als mensen je nodig hebben. En het geeft niet hoe!

Verteller
Toen werd het heel stil tussen de broden. Vooral het puntbroodje schaamde zich een beetje. En de andere broden zeiden: wat zijn we toch een ijdeltuiten. We zijn broden, dat moeten we niet vergeten.

Overweging 6 juni 2010

bij Lucas.9, 11b-17

Levend brood, het thema van vandaag. Wat moeten wij daar onder verstaan?
Brood dat beweegt? Of brood dat ons doet bewegen?

Aan het begin van viering is er brood en wijn binnen gedragen, is dit het Levende Brood waar wij vandaag over praten?

Om het allemaal te begrijpen moeten wij terug gaan naar Witte Donderdag. Jezus ging met zijn leerlingen aan tafel. Hij vierde met hen het Joodse Paasfeest Pesach, nét als alle andere mensen in de huizen om hen heen deden.
Maar Jezus deed toch één ding anders. Hij was ook een beetje anders. Hij was immers niet een gewone Joodse burger, maar de Zoon van God. Hij was naar de aarde gekomen voor de mensen. Het was voor de mensen té moeilijk om goed te leven. God wilde de mensen redden en ze een goed voorbeeld geven. Dáárvoor was Jezus hier op aarde!

Maar..op Witte Donderdag zat zijn tijd op aarde er bijna op. Hij zou al snel opgepakt worden en gekruisigd worden. Moesten de mensen als Hij weg was het weer alléén doen? Zouden ze dan op de goede weg blijven?

Op Witte donderdag, tijdens het Laatste Avondmaal, heeft God ons een manier gegeven om ons Jezus te herinneren. Jezus heeft die avond voor gedaan, hoe wij het brood kunnen breken en delen. Jezus zegende het brood en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden “Neemt en eet hiervan, dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt. Daarna nam hij de beker wijn en zei :”Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.
Dit breken en delen van brood en wijn noemen wij de Eucharistie. En zoals je weet doen we dit nog steeds, elke week in de katholieke kerk.

Eucharistie is een moeilijk woord, het betekent eigenlijk Dankzegging. Dankzegging voor het Levende Brood. In de Eucharistie veranderen gewoon brood en gewone wijn en worden héél bijzonder. . Het gewone brood wordt Levend brood, dat ons sterkt op onze weg door het leven. Het geeft ons verbondenheid met God, zijn Zoon en de Heilige Geest. Het is een mysterie, het mysterie van het geloof. Als je van het brood eet of de wijn drinkt dan voel je dat God er voor je is. God is er nog steeds voor jullie. Vorige week vertelde Pastor Fabril dat dit brood niet gewoon naar je maag gaat, maar eigenlijk naar je hart. Dóór dit brood blijven wij mensen op de goede weg.Dat is mooi! God wilde de mensen redden en dat wil Hij nog steeds!

Tijdens de Eucharistie wordt Jezus weer levend in ons, Hij is dan weer aanwezig in ons midden, terwijl je Hem niet kunt zien. In de Katholieke kerk vertellen wij elke week dit verhaal, zodat je weet wat er gebeurt met het brood en de wijn,

Als het brood eenmaal levend is geworden verliest het zijn kracht niet. Daarom is er in elke kerk een speciaal plekje om het te bewaren. ( Kijk eens om je heen, kun je verzinnen waar dat plekje is, waar het Levende brood wordt bewaard?)
Zien jullie dat práchtige kastje? Het straalt, je ziet dat aan de versiering. Wij noemen dat een tabernakel. Dáár bewaren wij het gezegende, wij noemen dat geconsacreerde brood. Het is een heilig plekje. Daar gaan we allemaal met respect mee om. Let maar op. Het levend brood dat overblijft na het uitdelen van de communie, wordt daar ingezet door Pater van Wegen en hij knielt daar dan of hij maakt een buiging.

Een volgende keer zal dit Levende brood weer uit het Tabernakel gehaald worden, bijvoorbeeld als er geen priester is. Het wordt ook gebruikt voor de zieke mensen die niet naar de kerk kunnen komen..

Als wij dit Levende Brood eten, zijn we niet alleen verbonden met God, zijn Zoon en de Heilige Geest, maar óók met elkaar. Onze liefde voor elkaar zal er door vergroten én onze verantwoordelijkheid voor elkaar zal er door groeien. Door dit brood te eten neem je eigenlijk de taak op je te doen wat Jezus heeft voorgedaan. Dat betekent dat we voor elkaar moeten zorgen.

Jezus liet ons dat ook zien met die vijf broden en twee vissen. Ook hier werd het brood samen gedeeld en gaf brood verbinding met elkaar.





Aan het begin van de viering vertelde ik dat het vandaag Sacramentsdag is, daarom vieren wij dat vandaag, de dag dat wij nadenken over de waarde van dit Levende Brood, In het brood neem je Jezus tot je en het is de bedoeling dat je ook als Jezus gaat handelen. Hierdoor maken we met elkaar een betere wereld.

Extra Spiegelverhaal 6 juni 2010



Het levende wonder

Spiegelverhaal bij Lucas 9b, 11b-17
(Vijf broden en twee vissen)

Dit verhaal gaat over Zuid-Afrika. Over een heel arm gebied, waar weinig groeit en veel mensen honger hebben. Zonder steun zouden sommige mensen wel naar de stad moeten verhuizen om daar geld te verdienen Gelukkig was de kerk er, die hielp de mensen vaak . Er is ook een school, maar de kinderen kunnen vaak niet goed leren omdat ze honger hebben. De kinderen weten trouwens dat het wereldkampioenschap voetbal in hun land zal zijn. Ze zijn daar best wel trots op en zouden graag willen gaan kijken, maar dat kost teveel geld. Ze zullen wel gaan kijken in de kerk, want daar is televisie.

Dit jaar had hun priester uit Nederland, waar hij eens in de paar jaar naartoe ging, een paar zakken meegenomen voor hen. De leraren van de school waren naar de kerk gekomen om de zakken op te halen. De priester had gezegd: “hiermee gaan we alle kinderen te eten geven”. Je moet weten dat er wel meer dan 500 kinderen op de school waren!
De leraren hadden naar de zakken gekeken en gevraagd: “Maar het zijn maar 5 kleine zakjes en twee kleine boompjes…”. Ze keken een beetje sip. “Hadden ze niet beter geld kunnen geven om eten van te kopen?” Hoe konden ze nou 500 kinderen eten geven tussen-de- middag? Het middageten op school was soms het enige wat de kinderen kregen!
“Maak je nu maar niet druk”, zei de priester, “we hebben ook wel geld gekregen, ze hebben in Nederland gelukkig weer goed aan ons gedacht”.
“Neem allemaal een zak met zaadjes. Kijk goed wat er op de zak staat en laat de leerlingen de zaadjes in de grond doen”.

De leerlingen gingen aan de slag, maar niemand dacht dat het goed zou gaan. Nog nooit had een boer hier op zijn land veel kunnen bereiken.

Zondag gingen ze allemaal naar de kerk. De priester bedankte de kinderen dat ze zo goed gewerkt hadden. Nu moesten ze goed voor het land zorgen en vooral veel water geven.
In zijn preek vertelde de priester het verhaal van de 5 broden en 2 vissen en dat iedereen hiervan kon eten.
Ook dat het brood van communie bedoeld is als “levend brood” en dat de zaadjes die nu in de grond zijn gestopt leven. En dat de kinderen en leraren ervoor moeten zorgen en blijven vertrouwen. Dat het een belofte is. Een wonder van leven. Hij kon het mooi vertellen.
De priester was enthousiast en de mensen werden het ook. Als hij zoveel vertrouwen had in al die zaadjes dan wilden ze hem toch niet teleurstellen.

De kinderen gingen elke dag wel 6 kilometer lopen om water te halen. Iedereen deed mee. In de hitte. Iedereen was echt benieuwd of het beloofde wonder zou gebeuren. Iedereen hielp ook elkaar. Ook de priester kwam elke dag meehelpen en aanwijzingen geven. De grond waarop gezaaid was, was wel twee voetbalvelden groot en lag er keurig bij. De boeren waren zelfs jaloers op de kinderen.

De zaadjes werden verschillende groenten. De 2 boompjes waren olijfbomen, vol met olijven! Wat eerst weinig leek, bleek later toch het begin van een rijke oogst. De priester had gelijk gehad: iedereen had te eten. Er konden zelfs nieuwe zaden verkregen worden. Wel 12 zakken vol. Hiervan hebben ze ook wat aan de andere boeren gegeven.
Iedereen was blij. Het was echt een levend wonder!


Lezing van de Paasviering 2010

Lezing

Hier is Peter Petersen in een directe uitzending vanuit Jeruzalem. Het is hier in Jeruzalem weer rustig geworden na een rumoerige week. Een week, die begon met de komst van Jezus van Nazaret hier in de stad. Deze Jezus trok al verschillende jaren door het land om te vertellen over God en over vrede. Hij vertelde de mensen hoe ze met elkaar moesten leven, hoe zij voor elkaar konden opkomen en van elkaar konden houden. Steeds opnieuw nam Hij het op voor de onderdrukte en buitengesloten mensen. Steeds meer mensen volgden Hem en toen hij vorige week zondag de stad binnenkwam, waren er binnen de kortste keren duizenden mensen op de been om hem toe te juichen en toe te zwaaien. Maar dat Jezus met zijn boodschap van vriendschap en vrede ook vijanden had, is deze week wel duidelijk geworden. Hoewel Jezus overdag gewoon op straat kwam, naar de markt ging en naar de kerk en overal met de mensen praatte, hebben ze hem donderdagnacht in het geheim opgepakt. Vrijdagmorgen hebben zij hem, na een onduidelijk proces, waarin zij zijn woorden handig wisten te verdraaien, ter dood veroordeeld. Binnen het uur hing hij aan het kruis. Even snel is hij door zijn diepgeschokte vrienden, in een diepdonker geworden Jeruzalem, begraven. Deze vrienden zijn vervolgens overal bij familie en kennissen ondergedoken, want het is zeker, dat ook zij de kans lopen te worden gearresteerd. Toch heb ik een paar vrienden van Jezus kunnen vinden en zij willen wel iets over het gebeurde zeggen.

Peter P: Wat vindt u van wat er deze week gebeurd is?
meisje: Onbegrijpelijk, ik snap er nog steeds helemaal niets van.
Peter P: U kende Jezus van nabij, wat vond u van hem?
meisje: Hij liet je gewoon zien, hoe je op de goede manier kon leven.
Ik wou, bijvoorbeeld, in mijn tuin onkruid uittrekken. Maar hij stond erbij en hij zei: 'niet doen, geef alles een kans, kruid en onkruid'. Bij mensen is het net zo, bedoelde hij. Laat ze groeien, geef ze de kans te worden wat ze kunnen zijn.
Peter P: En nu is het over, gaat u nu weer doen zoals vroeger?
meisje: Nee, natuurlijk niet. Jezus is dan wel dood, maar hij had wel gelijk!
Peter P: En u mijnheer, wat vond u van Jezus van Nazaret?
Bert: Hij stelde je simpel voor de keus, meedoen of niet. Ik had op een keer allemaal klein volk achter mijn hek staan, armelui, kinderen, zwervers van de straat. 'Dit zijn mijn vrienden', zei Jezus. 'Ik hoor bij hen, en jij mag meedoen als je wilt'
Peter P: En wat koos u?
Bert: Ik? Ik ging met hem mee.
Peter P: En nu hij dood is, gaat u nu weer terug naar uw kant van het hek?
Bert: Nee dat nooit meer, hij heeft laten zien dat we samen Gods volk zijn. Jezus heeft ons in elk geval op de goede weg gezet.
Peter P: En nu, wat vond u van hem?
inwoner: Een moedig mens, een dapper mens om hier naar toe te komen. Hij liet daarmee zien dat hij gelijk had. Ik heb staan zwaaien als een gek, vorige week. Ik was helemaal door het lint en uit de bol, als u begrijpt wat ik bedoel.
Peter P: En nu is hij dood....
inwoner: Die? Die gaat niet dood. Die krijg je er niet onder.
Peter P: Dus u gelooft dat hij nog leeft?
inwoner: Zodra mensen zich inzetten voor vrede en vriendschap en gerechtigheid, is hij erbij, zeker weten!

En uit deze woorden blijkt dat, al is Jezus van Nazaret gedood omdat zijn ideeën sommige mensen niet aanstonden, deze ideeën nog altijd spring- en springlevend zijn!
Dit was Jeruzalem, goede morgen


Viering 7 maart 2010

De laatste kans
Spiegelverhaal bij Lucas 13, 1-9
Leslie, Nino en Jeffrey waren de rotjongens van groep 6. Ze werden altijd uit elkaar gestuurd, maar als juf even niet oplette, waren ze weer bij elkaar. En vooral samen waren ze erg vervelend. Leslie had al eens een punaise bij de juf op de stoel gelegd en het had haar veel pijn gedaan. Nino zat altijd met zijn mobieltje, en dat piepte heel irritant. En Jeffrey zat vaak te schreeuwen in de klas en hij gebruikte veel scheldwoorden. Juf was meer tijd kwijt met deze drie, dan met de andere vijfentwintig kinderen. Het was al 3 jaar hetzelfde. Ook de vorige twee juffen hadden hetzelfde moeten meemaken. Praten met de ouders had ook niet geholpen.
Eigenlijk was het een beetje zielig. Niet alleen voor de juf en de andere kinderen, maar ook voor de drie jongens. Ze hadden al genoeg problemen en zo konden ze niet doorgaan….

Volgende week zouden ze op een excursie gaan naar de “Flevohof”, een boerderij.
Zes moeders zouden gaan rijden. Maar zij hadden geen zin in die drie vervelende klieren. Na schooltijd gingen ze naar de juf.
De eerste moeder zei: “Die jongens gaan het zeker weer verpesten voor de rest.”
De tweede moeder zei: “We denken dat het beter is als ze niet meegaan”.
-“Ja, het kan ook gevaarlijk zijn in de auto. Vorige keer deed Leslie onder het rijden de deur open!”.
-“Ik heb er ook geen zin in”, zei een andere moeder.
-“Ik ook niet, ik vind het heel vervelend, maar we hebben al 3 jaar problemen met ze”.

De juf begreep het wel, maar ze antwoordde hen: “Laat me nog eens met ze praten. Ik vind dat alle kinderen meemoeten, anders kan het hele excursie niet doorgaan. We zijn één klas, iedereen moet mee kunnen doen”.
De moeders hadden veel respect voor de juf, want ze was heel goed. Dus gaven ze de juf en de jongens nog één kans.

De juf wilde heel graag dat de excursie doorging, want ze wist dat het heel leuk ging worden. Het zou zelfs leuk worden voor Leslie, Nino en Jeffrey als ze zich zouden gedragen. Daarom vroeg de juf hun om na schooltijd even te blijven.
“Jongens, ik moet eens ernstig met jullie praten. De moeders willen jullie niet meenemen volgende week naar de Flevohof, wat vinden jullie daarvan?”.
“Nou dan zijn we toch lekker vrij!” zei Leslie.
“Maar waarom willen ze ons niet meenemen?”, vroeg Nino.
“Jullie weten best waarom niet, jullie zijn echt niet dom!”, zei de juf een beetje boos.
“Het maakt mij niet zoveel uit”, zei Jeffrey stoer.
“Nou, het maakt mij wel veel uit”, zei de juf, “ik vind dat de hele klas moet gaan of we gaan niet. Ik weet zeker dat jullie je kunnen gedragen. Maar als het nog één keer fout gaat, dan is dit jullie laatste excursie.”
De jongens zagen dat ze het echt meende.

Op de boerderij mochten ze alles zien: pasgeboren lammetjes, broeikassen met oranje paprika’s, kleine poesjes. Ze mochten zelfs de koeien melken!!
Iedereen vond het hartstikke leuk. Misschien vooral wel Leslie, Nino en Jeffrey.
Want het was eigenlijk veel leuker als ze gewoon deden. Gewoon doen was ook eigenlijk makkelijker en iedereen was aardiger.

Ze hadden hun laatste kans gepakt en vanaf die tijd ging het stuk beter in de klas, met de juf en met de jongens natuurlijk.


Viering 3 januari 2010

THEMA AANDUIDING:

Deze zondag heeft ons boekje de titel “Wat zie je?” Vandaag luisteren wij naar een verhaal over de drie koningen of ook wel wijzen genoemd.

Het verhaal van de koningen begint al helemaal met zien. De wijzen zien door hun sterrenkijkers een nieuwe ster.
Al eerder heeft de profeet Jesaja een nieuwe toekomst voor Jeruzalem beloofd ”Volken zullen zich laten leiden door het licht, koningen en wijzen door de glans van het schijnsel.
Maar niet ieder die deze ster ziet begrijpt meteen wát hij ziet.

De wijzen wel. Als zij de ster zien, verheugen zij zich. Eerst zien zij het licht aan de hemel. Dan zien zij het licht dat verschenen is in de nacht in een kribbe. Hun weg voert van de hemel naar de aarde, van het paleis naar de stal, vanuit de hoogte naar de diepte.

Dat hebben wij ook wel eens, we kijken maar we zien eigenlijk niets. Soms zien we dingen die dichtbij zijn zelfs niet. De mooie natuur niet, maar ook iemand die verdrietig kijkt of iemand die alleen moet spelen niet, maar open je ogen kijk eens om je heen. Wát zie je?

Het eerste verhaal gaat over die bijzondere ster, hoog aan de hemel, wat zal die gedacht en gezien hebben?
Straks begin ik eerst met zijn verhaal.





Verhaal:

Ik ben een ster en laat mijn licht schijnen over land en bergen heen. Vanuit verschillende landen kunnen mensen mij zien. Tsjoep, ik stuur een lichtstraal naar het paleis, daar op de heuvel. De kroon van de koning gaat extra schitteren, maar hij ziet het niet. Ik ben vandaag heel vrolijk, ik heb een geheim. Ik zou het die koning (Herodes)willen vertellen, maar hij kijkt niet. Hij begrijpt me niet. Ik straal en straal. Jammer, ik schijn zo helder.
Heeft hij nog nooit van mij gehoord? Er zijn toch veel verhalen over mij in oude boeken.

Kijk daar zijn mannen die me wel begrijpen. Ze turen naar me door grote kijkers en ik zie dat ze opgewonden met elkaar praten. Ze halen er boeken bij. Even later zitten ze alle drie op hun kamelen,Weten zij al waarom ik zo straal? Wijs van ze dat ze op weg gaan.

Ze komen in het land van de koning die mij niet begrijpt. De drie wijze mannen gaan door de paleispoort en even later weer terug. Ze halen hun schouders op.

Ik probeer nog helderder te schijnen en ja hoor, ze gaan verder en vinden mijn geheim in een donkere stal ergens, ver weg van het paleis. Ze knielen. Ze zien en begrijpen wat mijn geheim is en komen van hun hoge kamelen met geschenken die je alleen aan koningen geeft, goud, wierook en mirre.


Viering 6 december 2009



Voorbereiding

Spiegelverhaal bij Lucas – Over Johannes de Doper

Vanavond pakjesavond! Veel kinderen hebben gisteren al cadeautjes gekregen, maar Bas en Pieter vieren het vanavond. Opa en oma komen ook. Oom Edwin en tante Annemieke ook. Leuk! Ze komen vanmiddag na de kerk
Maar nu de kerk afgelopen is, wordt mama gebeld en ze schrikt heel erg. Papa en mama moeten allebei snel naar het ziekenhuis. Johan, de buurjongen zal wel oppassen.

Bas en Pieter vinden Johan heel aardig. Hij is al 12 jaar en hij speelt met ze, als hij tijd heeft. Jammergenoeg heeft hij nooit zoveel tijd, omdat hij veel vrienden en veel huiswerk heeft.
Bas en Pieter zijn dan wel een tweeling, maar toch hebben ze vaak ruzie. Als ze met Johan zijn, proberen ze steeds allebei de meeste aandacht te krijgen. Ze klagen tegen hem over elkaar. Maar Johan weet altijd precies hoe het zit en zegt het ook. Hij heeft zelfs een keer tegen hun vader gezegd, dat hij hun niet zo moest verwennen. Dat hij dat durft! Maar hij heeft wel gelijk.

Johan is altijd eerlijk. Hij gaat ook altijd naar de kerk. Hij zit bij de “Op stap” groep ( de Bijbelgroep voor jongeren) en vertelt daar wel eens over. Misschien wil hij wel priester worden.
Bas en Pieter gaan met Johan naar binnen. Wat een troep! Wat een puinhoop. Al hun speelgoed ligt overal. En de visite komt bijna…
“Oké jongens, aan de slag”, roept Johan, “zo kun je geen feest vieren”.

Bas en Pieter kijken elkaar aan. Eigenlijk ruimen ze nooit op. Dat doet mama wel. Misschien doet Johan het nu wel.
“Wat denken jullie, als opa en oma zo komen, zullen ze dit gezellig vinden? Ze kunnen nergens zitten! In zo’n puinhoop kun je toch geen feest vieren? Kom, aan de slag!”

“Ja, maar”, zegt Bas, “de meeste rommel is van Pieter”.“Nee hoor, echt niet”, zegt Pieter, “die Playmobil is van Bas”.
“Weet je, als je feest wil vieren, dan moet je zelf de slingers ophangen”, zegt Johan.
“Ja, leuk!” roepen Bas en Pieter tegelijk. “Maar we kunnen de slingers niet zo hoog ophangen”, zegt Pieter.

“Ik bedoelde eigenlijk wat anders”, zei Johan.
“Ik bedoelde dat je een feest moet vóórbereiden. Net als wat we net gehoord hebben in de kerk: Johannes heeft de voorbereidingen gedaan voor Jezus”.
“Met slingers?” Johan glimlacht.
“Nee, hij heeft steeds gezegd, dat Jezus gaat komen en heeft zélf het goede voorbeeld gegeven. Hij heeft de voorbereiding gedaan, hij heeft gezorgd dat de mensen wilden veranderen. Alle mensen verheugden zich al, omdat ze wisten dat Jezus zou komen. Ze geloofden Johannes.”.

Bas en Pieter kijken elkaar aan. Het wordt vast leuker als ze nu het feest voorbereiden.
Johan heeft gewoon weer gelijk.
“Ik weet waar de slingers zijn!”
“Oké, laten we het feest voorbereiden. Jullie ruimen op en ik hang de slingers op.”

En ze doen het! Het is best veel werk, maar ze verheugen zich al op het feest.
Het wordt heel gezellig. Iedereen is blij. En vooral mama is blij dat Bas en Pieter eens zelf opgeruimd hebben.

Johan heeft het feest gered.


Viering 1 november 2009

Alle Heiligen 1-11-09

Thema-aanduiding.

Sint Barbara, Sint Antonius, Santiago de Compostella, Sint Willibrord, Sint Bonifatius, Pater Damiaan, Sint Eustachius, Jeanne d Árc, Sint Fransiscus, Sint Maarten, Sint Nicolaas van Myra….

Alle Heiligen? Ik heb er nu een paar genoemd, want het zijn ze lang niet allemaal. We hebben wel honderden heiligen.

Dus zijn ze niet belangrijk? Wel!
We bidden in de geloofsbelijdenis het zinnetje “ik geloof in de gemeenschap van de heiligen”. Vandaag gaan we jullie vertellen wie of wat die heiligen zijn.

Heiligen waren eerst gewone mensen , die gaven op een bijzondere wijze getuigenis van hun geloof. Dat betekent dat zij heel bijzonder rechtschapen en gelovig hebben geleefd. Ze kwamen op voor de rechten van iedereen . Als voorbeeld noem ik Fransiscus die voor de rechten van de armen en de dieren opkwam. Daarna werden zij om hun verdiensten “Zalig” verklaard. Nog weer later werden ze ook nog “Heilig” verklaard, toen bleek dat als je tot hen bad voor hulp, je gebed om hulp werd verhoord door God,dat de gebeden om hulp echt hadden geholpen. Er leken wel echte wonderen te kunnen gebeuren.

“Heiligen zijn in de Hemel en spreken voor ons tot God.” Wij kunnen tot de heiligen bidden en ons gebed zal verhoord worden.

Vandaag lezen wij een verhaal voor van Lidwien die nog niet zoveel weet van heiligen en we lezen het verhaal van Matteus, waar Matteus ons vertelt wat onze goede eigenschappen kunnen zijn, om nú al zalig te kunnen leven.

Waarom heet ik zo?

Spiegelverhaal bij Mattheus 5, 1-12a

Lidwien is vandaag jarig.
Vandaag is het 1 november. Ze wordt 8 jaar.
“Waarom heet ik eigenlijk Lidwien?”, vraagt Lidwien aan haar moeder.
“Ja, precies acht jaar geleden hebben we je Lidwien genoemd. Papa is toen meteen naar het gemeentehuis gegaan en heeft deze naam laten opschrijven. Later hebben we je ook met deze naam laten dopen.”
“Maar waarom heet ik niet gewoon Chantal of Chelsea?”
“Nou we vonden Lidwien een mooie naam. Zeg weet je wat het vandaag voor een dag is?”“Ja, mijn verjaardag!”

“Klopt, maar het is ook Allerheiligen. Lidwina was ook een heilige. Heel veel namen komen van heiligen, bijvoorbeeld: Nicolaas van Sint Nicolaas en Maarten van Sint Maarten en Jan van Johannes, Peter van Petrus dus ook Lidwien, dat komt van Lidwina.”

“Maar waarom kozen jullie voor Lidwien?”
“We hopen dat je een op haar gaat lijken. Wist je dat ik op de Lidwina-school heb gezeten en Lidwina is ook de bekendste Nederlandse heilige is?”

“Maar waar moet ik dan op gaan lijken?”
“Het verhaal van de heilige Lidwina is als volgt: ze was een gewoon meisje, net als jij maar wel iets ouder - ze was vijftien. Ze ging schaatsen, maar ze viel keihard op haar rug. Ze had wel dood kunnen zijn. Ze lag een dag lang op het ijskoude ijs. Ze was meer dood dan levend, haar rug was gebroken.”
“Toen ze thuis in bed weer wakker werd, kon ze zich niet meer bewegen. Misschien had ze liever dood willen zijn. Maar gelukkig had ze goede ouders, die goed voor haar zorgden”

“Net als jullie”, zegt Lidwien met een glimlach.“Ja, maar dat is nog maar het halve verhaal”, zegt moeder. “Ze werd een heilige omdat ze veel mensen heeft geholpen. Ze heeft nooit geklaagd en nooit gezeurd. Ze was altijd aardig en sprak nooit lelijk over anderen. Ze kon anderen helpen als ze ruzie hadden en veel mensen kwamen naar haar toe als ze problemen of vragen hadden.
Ze was een goed voorbeeld voor anderen. Daarom verdiende ze het om heilig genoemd te worden. Al die heiligen, die we op jouw verjaardag herdenken zijn goede voorbeelden voor ons”.

“Daarom heet jij Lidwien, het is onze wens dat je ook zo wordt. Natuurlijk willen we niet dat jij ook je rug breekt!”.
“Ik wil ook wel heilig worden”.
“Dat kan misschien wel, maar dat is echt niet nodig hoor”, zegt moeder met een glimlach.

“Ja, maar dan kom ik zeker in de hemel!”
“Klopt, maar daar hoef je echt geen heilige voor te zijn! Iemand wordt heilig genoemd als hij of zij voor héél veel anderen een goed voorbeeld is geweest. Je moet echt opvallen. Als jij gewoon de goede voorbeelden volgt of nadoet dan kom je vast ook wel in de hemel. Lidwina is jouw naam, het is ons voorbeeld voor jou.”

“Ja, Lidwien is tóch wel een mooie naam”.


Thema aanduiding 4 oktober 2009

“Iedereen is uniek!!”
Wat is dit een mooie titel. En we hebben deze titel niet zó maar gekozen!
Uniek betekent er is geen tweede van. Iedereen is uniek betekent dan ook: niemand is precies als jij!!
Iedereen is anders…
iedereen doet iets anders, iedereen ziet er anders uit, iedereen kan iets anders…
van jou is er maar één!!!

De kinderen zullen dit thema misschien herkennen. Ook op school is hier over gepraat. In de catechese lessen .
Maar veel kinderen hebben op school ook verhalen gehoord van heel unieke mensen in de bijbel, bijvoorbeeld verhalen van Mozes.
Verhalen uit de bijbel vertellen over vroeger, daar kunnen wij nú nog van leren! Ook de kinderen van de Eerste Communiegroep, die zijn vandaag ook aanwezig, zullen genieten van die verhalen en er veel van leren.
Daarom vertellen wij vandaag een verhaal van Mozes en een verhaal van Levi de tollenaar.

Overweging:
Het zal je maar overkomen…dat je ineens een brandende doornstruik ziet!
Ik denk dat ik mij dood zou schrikken en dat ik meteen zou denken “Nu moet ik iets doen! Actie ondernemen!” Maar als Mozes die doornstruik ziet , hoort hij óók zijn naam noemen.
“Kom niet dichterbij”zegt een stem,”doe je sandalen uit, want je staat op heilige grond.” En dan zegt de stem óók nog “Ik ben de God van uw volk !”
Het is niet gek, dat Mozes níet meer durft te kijken.
Maar dan is de schrik nóg niet voorbij……God vraagt dan óók nog zijn hulp!
Natuurlijk zegt Mozes dat hij niet kan helpen. Wie ís hij nou eigenlijk?
Vroeger was hij eigenlijk een verwend jongetje geweest. Hij was de pleegzoon van de Farao, had toen een heel prettig, luxe en makkelijk leventje. Nu is hij nog maar pas terug bij zijn eigen volk en moet hij dat volk nu al leiden, weg uit het land Egypte ???
Als je de baas bent van een volk is dat al moeilijk, en hij heeft nog niet eens geoefend in het leiderschap van dit volk! Gelukkig zegt God dat Hij zal helpen. God heeft er wel vertrouwen in dat Mozes het kan. God helpt Mozes om heel bijzondere dingen te doen. God helpt Mozes om het beste uit zichzelf te halen.
En dan het verhaal van Levi de tollenaar. Jezus zag Levi de tollenaar zitten, tollenaars waren niet zulke betrouwbare mensen. En dan gaat Jezus bij deze man eten! De andere mensen vinden dat geen goed plan! Maar Jezus ziet wel iets in Levi, Jezus geeft hem wel een kans!
Net als Mozes had ook Levi nooit kunnen bedenken dat hij zou worden gevraagd, maar Jezus vraagt hem wel!
Hebben jullie dat ook, dat je in de spiegel kijkt, ’s morgens bij het tandenpoetsen en dat je veel te kritisch naar jezelf kijkt….Zo stond Mozes vroeger vast ook in de spiegel te kijken, hij was niet trots op zichzelf, men zegt dat hij flink stotterde. En Levi keek ook niet echt trots naar zichzelf, denk ik.
Maar…Kijken wij zo ook naar elkáár, naar elkáárs gebreken? Denken wij niet vaak dat iemand iets NIET kan??
Toch heeft iedereen een taak. Kijk eens naar de positieve kant.
God en Jezus deden dat ook. Zij zagen de kwaliteiten of mogelijkheden van Mozes en van Levi.
Wat zie jij eigenlijk in de mensen?
Waar zal de buurman of buurvrouw naast je goed in zijn?
Bedenk eens iets positiefs van die persoon,
- de jongen naast je kan eigenlijk heel goed zingen of
-die meneer of mevrouw, die zijn eigenlijk wel aardig,
-ze zijn vast goede ouders of leuke opa’s en oma’s…..
Kijk eens naar mij. Eerst was ik gewoon een mevrouw in de kerk.Toen ging ik verhalen voorlezen. En ik hoor wel eens dat mensen het prettig vinden om naar mijn verhalen te luisteren. Zo ben ik een beetje bijzonder geworden.
En vandaag ga ik jullie te vertellen, dat jullie allemaal bijzonder zijn, allemaal ergens goed in zijn…
Eigenlijk weten veel kinderen en volwassenen niet genoeg van hun EIGEN kwaliteiten. Mozes wist ook niet dat hij een goed leider was.
Maar, gelukkig kunnen we elkaar daarmee helpen! Dát is wat we jullie vandaag willen vertellen.
Help elkaar om bijzonder te zijn, vertel elkaar wat je zo bijzonder van de ander vindt.
Help elkaar om de unieke kanten te zien!
Iedereen is uniek, iedereen kan wat, iedereen, jij dus ook!
Geef elkaar een kans!

Soms denken we dat we niets waard zijn, dat we niets kunnen. Als we dit denken zitten we niet goed in ons vel en daardoor lukt er veel niet. Als je alleen maar kunt denken aan wat je niet kunt hou je geen energie over om iets nieuws te proberen of het ánders te doen. Ik denk dat we dat allemaal wel eens hebben meegemaakt.
Geef elkaar daarom het gevoel de moeite waard te zijn. Het helpt als je iets positief zegt,
Daarom is het ook zo mooi dat Jezus aan het eind van het verhaal van Levi zegt:
“Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen mensen te roepen, maar zondaars.”
Toen Jezus bij Levi ging eten veranderde Levi helemaal. Hij leerde om positief te zijn, zag goede kanten van zichzelf.
Dat is onze taak. Iedereen is uniek, zie de goede kanten van elkaar en als iemand de weg kwijt is, help hem dan zijn goede kanten te vinden en te gebruiken.

Uit de catechese methode “Hemel en aarde”.

De eerste de beste

Je bent niet zomaar de eerste de beste!
Nee je bent mijn eerste de beste.

Ja, mijn eerste de beste beste.
Mijn eerste enige bovenstebeste.

Geloof je me niet? Echt waar!
Je bent mijn allereerste allerbeste

Hoog hoger hoogst bovenstebeste.
Hoe kan ik het anders uitleggen?

Niemand is er zo lief
zo mooi zo warm zo zacht.


Spiegelverhaal September 2009

Ga open!
Spiegelverhaal bij Marcus 7 – 31:37

Dieter is er niet.
Hij zit er wel, maar hij heeft zijn grote koptelefoon op en zit achter zijn laptop. Dieter is een echte computerverslaafde. Hij is nu al 3 dagen bezig met een computerspel. Niet zomaar een spel, het is “World of Warcraft”. Hij heeft bijna niet geslapen in deze 3 dagen. Er is geen tijd om te slapen, het spel gaat door. Hij heeft een goede kans dat hij gaat winnen!
Dieter is 17. Hij stinkt een beetje. Hij heeft zich niet gewassen en krijgt al een baardje. Hij is 17.

Dieter is er nooit.
Vorig jaar was hij gestopt met school. Vanaf die tijd is hij niet meer uit zijn kamer gekomen. Gelukkig laten zijn ouders hem nu met rust en zorgen ze voor eten.
Zijn moeder klaagt wel tegen hem. Zijn vader is boos op hem. Zij willen dat hij geholpen wordt door een dokter, maar Dieter wil niet weg uit zijn kamer.

Het computerspel is mooier dan het echte leven.
Dieter heeft altijd al gestotterd. Het liefst zou hij nooit meer spreken, maar alleen maar computerspellen spelen.

Dan gebeurd er iets vervelends. Dieter’s moeder valt van de trap en moet naar het ziekenhuis. Wel een week! Zijn vader vraagt aan oma om te helpen thuis. Dieter is bang dat zijn oma zal storen.
En dat gebeurt ook.

Oma komt binnen en pakt meteen de laptop. “Weg met dat ding!”, zegt oma.beslist.
“Maar, maar, maar”, zegt Dieter.
“Je moet gewoon een luisteren”, zegt oma. “Je moeder klaagt steeds over je en je vader is boos op je. Je bent helemaal gesloten”.
“Wat, huh?”, vraagt Dieter.
Ze kijkt hem diep in de ogen en zegt “Ga open!”
“Hoe bedoelt u?” vraagt Dieter.
“Je bent gesloten, je luistert niet meer. Nu gaan we naar je moeder in het ziekenhuis!”
“Maar oma, als ik nu niet door ga met dit spel dan verlies ik!”, zegt Dieter angstig. Dieter is wel een kop groter dan oma.
“Je verliest veel meer als je niet meegaat”.

Dieter keek naar zijn oma. Hij had dit niet verwacht. Hij denkt nu voor het eerste keer aan zijn moeder. Het is raar om zijn kamer uit te gaan. Hij gaat met oma mee.

Toen Dieter in het ziekenhuis kwam, kon zijn moeder haar ogen niet geloven. Ze kreeg tranen in haar ogen van blijdschap. “Oma, u heeft hem genezen!”, roept ze.
“Och, kind zeg dat nu niet. Hij wilde zelf”.

Maar kort daarna wist iedereen dat oma Dieter had genezen.